Koen Severens : trombone

Koen Severens is als trombonist vast verbonden aan het Symfonieorkest van De Munt/La Monnaie. Tevens heeft hij een uitgebreide componistenloopbaan. Hij studeerde trombone en kamermuziek aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium in Antwerpen. Hij vertegenwoordigde ons land in l'Orchestre International des Jeunes en The World Orchestra of Youth and Music (1980) en is sinds 1981 vast verbonden aan het Symfonisch Orkest van de Munt. Severens was stichter en gedurende zes jaar dirigent van het Symfonisch Jeugdorkest Edegem. Hij speelde mee in volgende Belgische ensembles: het Ictus ensemble, Champ d’action, de Filharmonie, het Vlaams radio orkest, het Nationaal orkest van België, De Beethoven academie, I solisti del vento, I Fiamminghi, De Vlaamse Opera, Belgian Brass, Prima la musica, Casco Phil en het Prometheus ensemble.

Met Dirk van Gorp (contrabas) vormt Severens het duo Kontrabone, dat optredens verzorgde in het Koninklijk paleis, de Munt, het Concertgebouw (Amsterdam). Een aantal concerten werd uitgezonden op radio (VRT, NOS, RTBF en BBC) en televisie (VRT en Fr3). Als componist schreef Severens 33 composities. Die werden geschreven voor orkest (Serenade, 1978; Le musée de Rodin, 1980; Des larmes sur une feuille blanche, 1986; en Happy end, 1988) en voor piano (Vlinder en Impressie, 1978; en Romantiek, 1979). Grote projecten waren Omtrent Roeland (voor twee stemmen en vier instrumenten, 1992), Wat Prometheus betreft (voor mezzo en vier instrumenten) en Saudade (voor vier stemmen en vier instrumenten, 1995). Maar de meeste composities werden geschreven voor trombone solo (Chorus, 1981; Deux-chevaux, 1990; Sonst nichts, 1995; De vier elementen en Aarde, 1998); voor trombone met contrabas (Aber, 1988; Fabriek, 1990; Café con leche, 1995; Le château d’Arkel en Fragezeichen, 1996; en Lieder ohne Worte, 2004); voor mezzo, trombone en contrabas (Treppe, 1991; en Aria de l’archevêque Turpin, Afscheid, Dag en En verder niets, 1997); voor trombone en altviool (Uberhaupt, 2002); en voor mezzo en trombone (Nu, Doof, Brussel en Gent, 2003). Het luisterlied Exit (1978) en het trio Unheimlich (1989) vervolledigen de lijst van composities.
Een aantal daarvan kwam tot stand in opdracht van de Koning Boudewijnstichting en het Muziek Lod. Severens’ composities werden in eigen land uitgevoerd in het Koninklijk paleis, het Paleis voor schone kunsten, de Munt, deSingel, Vooruit, le Conservatoire de Liège, de Gele zaal, de Bourla en voor het Festival van Vlaanderen. Daarnaast vonden uitvoeringen plaats in Nederland, Duitsland, Frankrijk, Engeland, Spanje, Polen en China.

De muziek van Severens is moeilijk onder één noemer te vatten. De opeenstapeling van geluiden in Fabriek en het ‘troppo espressivo’ van 'Des larmes sur une feuille blanche' hebben immers weinig met elkaar gemeen. Naargelang de sfeer die hij wil uitdrukken, schrijft hij in uiteenlopende stijlen: nu eens tonaal en dan weer atonaal of brutalistisch. De gebruikte muziektaal is dan ook ondergeschikt aan wat hij wil uitdrukken.

Andere kenmerken zijn het intieme karakter van zijn composities en hun transparante schriftuur. Het lijkt wel alsof hij meer noten heeft geschrapt dan geschreven. Vaak weet je niet zeker of Severens’ muziek humoristisch of ernstig is bedoeld. Weinig composities hebben een affirmatief slot, maar monden uit in een open einde of zelfs een vraagteken. Severens relativeert voortdurend zichzelf en houdt ervan de luisteraar op het verkeerde been te zetten. Koen Severens vertegenwoordigde België in L'Orchestre International des Jeunes en in het Wereldorkest van Jeugd en Muziek.

Samen met Dirk van Gorp vormt hij het duo KONTRABONE. Composities van Koen Severens werden uitgevoerd in het Koninklijk Paleis, De Munt, Het Festival van Vlaanderen, Bozar, Desingel, in Sevilla, Parijs, China, Polen, Groot-Brittannië, Nederland, Duitsland, ... Op VRT, RTBF, NOS en BBC radio werden composities van hem uitgezonden alsook op FR3-télévision en VRT-televisie (Coda/De zevende Dag).


↑ up