Het Sprookje

RATTEKATTE is een zwarte kater die na het overlijden van zijn baasje Moeke,
de oude vissersvrouw, op pad gaat. Hij komt terecht in een groot donker bos. Daar ziet hij allerlei schaduwen opdoemen en hij denkt daarin een groot monster te herkennen, een Basilisk.
Na een spookachtige scene komt de maan op en probeert Archibald het monster te verleiden. Samen draaien ze rondjes rond de bomen en langzamerhand ontdekt hij dat het monster helemaal geen monster is, maar Lizzy en Ronny, twee ratten, die hij bovendien kent !

Iedereen achtervolgt iedereen dwars door het bos waarna de ratten ontsnappen en razendsnel in hun hol duiken. Maar Archibald wil eigenlijk gewoon spelen en nadat de ratten hem een grote strontvlieg aanbieden om het goed te maken verzoenen ze zich en samen knabbelen ze van de vlieg terwijl de zon opgaat en de vogeltjes beginnen te fluiten. Archibald valt in een diepe slaap en beleeft alles opnieuw in zijn droom. Als hij wakker wordt is het volop dag en zijn alle monsters voorgoed verdwenen.


Het verhaal van Rattekatte wordt verteld, gespeeld en gezongen door Alexandra Franck..
De muziek is verweven met het verhaal en wordt gespeeld door fluit, piccolo, viool, sopraansax, tenorsax, trombone en contrabas.

Alle poppen en rekwisieten zijn door Alexandra Franck gemaakt.


↑ up